(Oud) trainee Rudger de Jong

‘Je telt vanaf je eerste dag mee en krijgt meteen verantwoordelijkheid.

Rudger de Jong heeft zijn TBI traineeship net achter de rug. Bij de laatste onderneming waar hij werkte, HEVO TBI, trad hij per 1 mei 2019 in dienst. Want daar vond hij de baan die het beste bij hem past: in de ontwikkeling van vastgoed, van advies tot en met uitvoering.

Kende je TBI al voordat je van het TBI traineeship hoorde?

‘Ja, tijdens mijn studie Construction Management & Engineering aan de TU Delft deed ik mee aan een internationale ontwerpwedstrijd: de Solar Decathlon 2014 in Versailles. Met een team van vijftig studenten hadden we het Prêt-à-Loger concept ontwikkeld. Daarmee kan een doorsnee Nederlands rijtjeshuis uit de jaren zestig worden gerenoveerd tot een energieneutrale woning. TBI was een van onze sponsors en hielp ons met projectmanagement en de technische uitvoering. We hebben de woning ook echt gebouwd bij de timmerfabriek van Groothuis TBI en op zes diepladers naar de tuinen van Versailles gebracht. De kennismaking met TBI beviel me zo goed dat ik voor mijn afstudeeronderzoek weer contact met ze opnam.’

Hoe deed je dat? Gewoon de holding bellen?

‘Ja, en die verwees me door naar ERA Contour omdat daar wel eens een opdracht zou kunnen zijn die bij mij paste. Die bleek er inderdaad te zijn. ERA Contour constateerde dat er bij aanbestedingen van woningcorporaties steeds vaker kwalitatieve criteria worden toegepast maar dat die vaak heel subjectief worden verwoord. Daardoor is kans dat woningcorporaties krijgen wat ze vragen maar klein. Ik kreeg de taak een adviesrapport te schrijven waarmee corporaties een heldere uitvraag kunnen formuleren en daarmee studeerde ik af.’

Wist je al wat je daarna wilde?

‘Nee, dat was het lastige. Ik had nog niet helder in welke rol en welke deelmarkt ik zou willen werken en waar mijn sterke punten lagen. Nu had ik bij ERA Contour met twee TBI-trainees samengewerkt en wat ik van hen hoorde, klonk als de ideale situatie om antwoorden te krijgen op die vragen. Ik solliciteerde, deed een competentietoets die ik erg spannend vond, had een gesprek met twee directieleden en hoorde drie uur later dat ze positief over me waren. Daarna volgde nog een assessment. Ik dacht dat dat ook een beoordeling was, maar die bleek als leidraad te dienen voor mijn persoonlijke ontwikkeling. Kortom, ik was aangenomen!’

‘Kijken in al die keukens was heel waardevol’

Wat werd je eerste werkplek?

‘Mobilis, dus infra. Dat sloot goed aan bij mijn studie. Ik kreeg daar twee taken: meewerken aan de voorbereiding van de Hoekse Lijn, het transformeren van de spoorlijn tussen Schiedam en Hoek van Holland naar een metrolijn. De tweede taak was om een universeel systeem te ontwikkelen voor het verifiëren en valideren van projecten. De ontwerpverantwoordelijkheid ligt bij infra vaak bij de aannemer dus die moet kunnen aantonen aan de opdrachtgever dat er wordt gemaakt wat er is gevraagd. Een megaklus waar ik veel van heb geleerd maar die onmogelijk kon worden afgerond in de acht maanden dat ik daar werkte. Dit maakte ook dat ik voor mijn volgende opdracht iets heel praktisch wilde doen. Dat kon bij bouwbedrijf J.P. van Eesteren.’

Wat ging je daar doen?

‘Ik kwam als assistent uitvoerder te werken bij de nieuwbouw van het Europees Octrooi Bureau in Rijswijk. Dat was heel erg leuk. Op de bouw telt je universitaire opleiding niet, je bent wat je doet. Ik werd naar buiten gestuurd met een vochtigheids- of thermometer en van daaruit leerde ik grip krijgen op de processen. Gaandeweg kreeg ik steeds meer deelprojecten tot ik uiteindelijk zeven onderaannemers aanstuurde. Die schrokken in eerste instantie van zoveel aandacht maar kregen op een gegeven moment door dat ik hun werk enorm waardeerde en dat ik er was om hen te helpen. Ook daar heb ik veel geleerd. Je kunt zaken nog zo mooi ontwerpen, maar je moet ook zorgen dat het maakbaar is en dat je het kunt uitleggen aan degenen die het moeten maken.’

‘Op de bouwplaats leerde ik dat je ontwerp ook maakbaar en uit te leggen moet zijn’

Je derde werkplek werd HEVO. Waarom?

‘Tijdens het traineeship bezochten we verschillende TBI bedrijven waaronder HEVO. Daar hoorde ik dat zij van A tot Z verantwoordelijkheid nemen voor te bouwen objecten. Dus van de definitiefase tot aan de oplevering. Zij werken daarbij voor de eindgebruiker - dus niet voor een belegger - en zorgen dat die krijgt wat hij nodig heeft. Dat doen ze bovendien risicodragend. Dat betekent dat elke stap moet kloppen anders snijd je jezelf in de vingers. Ik heb meteen na dat bezoek gesolliciteerd omdat ik wist dat ze in kleine teams werken, dus niet veel plek hebben. Ik werd aangenomen en kwam te werken op project Greswarenfabriek. De Greswarenfabriek is één van de oudste industriële gebouwen van Noord-Limburg en wordt getransformeerd tot onderwijsgebouw. Ik liep daar mee met de projectleider tot ik, na een paar maanden, zijn rol mocht overnemen. Dit is echt super leuk. En nu ik in vaste dienst ben bij HEVO, leid ik twee tot drie projecten tegelijk. Daarbij zorg ik dat ik altijd één project heb dat in uitvoering is zodat ik ook minimaal een dag per week op een bouwlocatie aanwezig ben.’

Wat vond je het meest waardevol van je traineeship?

‘Het multidisciplinaire van de opzet. Je werkt bij verschillende ondernemingen, je bezoekt ze en praat met trainees bij andere bedrijven. Hoe werken en denken ze daar? Dat geeft je zoveel bagage! Daarnaast werk je op de veertien trainingsdagen aan je persoonlijke vaardigheden, maar voor mij was het kijken in al die keukens het meest waardevol.’

Waren er zaken waarmee TBI je verraste?

‘De mate waarin je meetelt. Je praat meteen met directieleden en je bezoekt strategiedagen waar de top van de bedrijven praat over de roadmap naar de toekomst. Dat geeft een waardevolle inkijk. Ik keek daarbij ook naar de mensen, wat zijn hun rollen en ook: wat zijn hun competenties dat ze op zulke posities terecht zijn gekomen? Wanneer krijg je zo’n kans?’