'Je hebt mensen nodig die zeggen: mijn kop mag er wel af'

Origineel artikel door Marieke Mentink, Cobouw. Gepubliceerd op 21 december 2023. 

Marieke Mentink zoekt naar de knoppen om de woningopgave te versnellen. Deze maand gaat ze in gesprek met onze Voorzitter van de Raad van Bestuur, Bart van Breukelen.

Timing! De vraag waarmee ik bij Bart op de koffie kom – wat hebben we nodig om de gevraagde 900.000 woningen te realiseren – heeft Bart een paar dagen voor dit gesprek nog met Hugo de Jonge zelf besproken.

Bart: “Mijn advies voor Hugo was: zet maar flink in op kortetermijnbeleid. Duw wat al ontwikkeld is door de vergunningen heen en zorg dat wat al vergund is bij de beleggers in de portefeuille komt. Ik zei dat vooral uit bezorgdheid om zijn politieke lot. Ik heb best veel bewondering voor de snelheid waarmee hij onze sector heeft weten te doorgronden. Maar hij heeft geen tijd meer om de meer structurele maatregelen zichtbaar te maken.”

We gaan ervoor

Het verbaast ons beiden dat er in de contourennotitie voor de Nota Ruimte niet de meest voor de hand liggende woningbouwlocaties zijn aangewezen, en zijn benieuwd of er genoeg tempo op gemaakt gaat worden. Toch is dat niet de kern van de 900.000 woningenvraag, vindt Bart: “De kern zit voor mij in persoonlijke ambitie. De wilskracht van mensen die zich vanuit een intrinsieke verbinding met de maatschappelijke urgentie écht hard willen maken voor de woningbouw, aan alle kanten van de tafel. Heel veel goede plannen komen er op cruciale momenten puur omdat er mensen zijn die zeggen: ik wil dit, jij wil dat ook, we sluiten een verbond en we geven niet op totdat het er staat. Kijk naar Katendrecht, Kop van Zuid, Little C. Maar er wordt niet geselecteerd op ambitie, er wordt geselecteerd op plannen. De structuren en processen waarin we zitten, maken dat niet makkelijker. Dualisme helpt niet. De Europese aanbestedingsregelingen helpen ook niet.”

We durven niet meer 

Persoonlijke ambitie op één dus, maar direct daarna is er nog een andere competentie nodig, vindt Bart: moed. Moed als in doorpakken, lef hebben. Bart: “Elk goed plan ondervindt weerstand. Elk besluit kent risico’s. We zeggen vaak dat de procedures te veel tijd kosten, maar ik denk dat de heroverwegingen, die een gevolg zijn van een gebrek aan moed, veel meer tijd kosten. We gaan nóg maar eens een jurist vragen, nog maar eens een expert aan tafel vragen. Ik zeg: doe het nu maar de procedure in, want die bezwaren komen toch wel. Dat lost zich wel op. Ook bij ontwikkelaars zie ik te vaak een gebrek aan moed. Ze leggen alle risico’s bij de beleggers en bouwers neer, dus in feite zijn ze te voorzichtig. Bij corporaties: idem, gebrek aan moed. Door de Woningwet van Stef Blok zijn de corporaties vooral portefeuillebeheerders geworden. Dan kun je zeggen: ik mag geen gebieden meer ontwikkelen van de minister, maar met een beetje moed kan er nog heel veel. Het is niet echt zo dat overheid en gemeenten in de ene hoek zitten en marktpartijen in de andere. De wereld is complexer geworden, dat wel. Stikstof, het waterpeil in de bodem…. Dat is zo, wen er maar aan. Het is zinloos om te pleiten voor minder complexiteit. Pak de kansen, ga ervoor.”

Ik herken heel goed wat Bart zegt. Intrinsieke motivatie, ondernemerschap en lef, dat is een fijne combinatie. En nee, dat gaat voor ons allebei niet over sterke mannen en vrouwen die hard met hun vuist op tafel slaan: het old school baasje spelen. Het gaat over op het goede moment de verantwoordelijkheid voelen én nemen. Bart verwoordt dat mooi: “Ik geloof heel erg in sterke teams. Maar uiteindelijk heb je toch even iemand nodig die daarin het voortouw neemt en zegt: okee, ik doe het. Mijn kop mag er wel af. Mensen die vrij zijn van angst, die zich niet afvragen of ze er zelf beter van worden. Je onafhankelijkheid is belangrijker dan een dure hypotheek, zeg ik altijd. Zorg dat je vrij, zonder bijlen in je nek, kunt handelen en beslissen.”

''De kern zit voor mij in persoonlijke ambitie. De wilskracht van mensen die zich vanuit een intrinsieke verbinding met de maatschappelijke urgentie écht hard willen maken''
Bart van Breukelen

Weten waar het over gaat

Barts laatste punt: feitenkennis. Hij somt op: “Wat is de beschikbare plancapaciteit, wat is een realistische planning, wat kan hier? Wat zijn de gevolgen van de huurregulering? Wat heeft twee derde betaalbaar voor gevolgen voor de grondexploitaties, want twee derde van honderd is nog altijd minder dan een derde van vijfhonderd. De politiek is feitenvrij, maar kennis van de feiten wordt vaak onderbelicht. Ik snap dat vanuit de politieke realiteit, maar te vaak duren gebiedsontwikkelingen langer dan nodig, omdat mensen te beperkt weten waar ze het over hebben. We hebben zogenaamd genoeg plancapaciteit, maar we ontkennen de feiten en handelen dan al snel in luchtkastelen. Dat is zorgelijk. Als ik zeg dat we meer vrije sector nodig hebben, ontken ik dan dat er meer betaalbare woningen moeten komen? Natuurlijk niet! Ik zie ook echt wel dat onze kinderen woningen nodig hebben. Maar dat moet niet leiden tot een irreële stapeling van eisen. Als ontwikkelaar word je dan al snel weggezet als niet ambitieus of geldwolf. Maar je moet prioriteren op basis van de feiten, daar geloof ik in. Als aan beide kanten die kennis zit, kun je elkaar vertrouwen. Waar dat niet zo is, komt die tijdrovende heroverweging elke keer weer om de hoek.”

Stuur artikel door